Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „En nu terug naar den Valkenburcht, Roswitha, en tante Gonda verteld welk bezoek haar wacht. Verzoek haar de kleine kamer naast de hare in orde te laten brengen.... Onze paarden zijn moe na den langen tocht. Je zult de boodschap vlugger overbrengen. Jonkvrouw Godelieve," ging hij zachter voort, „heeft vóór alles behoefte aan rust."

Roswitha gehoorzaamde zwijgend, nog onder den indruk van haar vaders ongewone begroeting.

Zij zette haar paard in galop en rende terug.

Zij vond haar tante in de bovenzaal, verwonderd over het lang uitblijven der verwachten. Bijna een half uur was verloopen sedert Wolfs eerste hoornsein en nog bleef zijn tweede sein uit dat men de hoofdpoort naderde.

De hooge groote zaal met haar ramen aan beide zijden, het woonvertrek van den burchtheer en zijn gezin, zag er gezellig en feestelijk uit, de zacht-roode glans van den lente-avond viel daarin over alles. Niet het minst over de lange tafel in het midden, met haar blank geschuurde tinnen kroezen en kannen, en schotels van het zelfde metaal, die laatste opgehoopt met sneden bruin brood, goudgele hompen kaas en donkerroode aardbeien, en nog veel open wit voor wat later uit de keuken volgen zou.

Aan het hoofdeinde, op de plaats bestemd voor ridder Dagobert en de zijnen, waar een fijner ammelaken was gespreid, plaatste jonkvrouw Gonda zoo juist de zilveren kan gevuld met ouden Lorcher, den lievelingswijn van haar zwager.

— „Terug zónder je vader, Roswitha?"

Jonkvrouw Hildegonda van Hohenberg was een oudere zuster van Roswitha's vroeg gestorven moeder, rijzige, statige vrouw van 45 jaar, nog rijziger en statiger dan zij van nature al was in haar engsluitend slepend donker violet kleed met

Sluiten