Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Naar het groene koele bosch gingen Roswitha en Godelieve.

De boschbessen blauwden 'er. Jonkvrouw Gonda had ze graag. Roswitha zocht ze gaarne.

Het was de tweede dag na Godelieves komst. Godelieves eerste uitgang.

De Juni-namiddag was warm, maar de tocht was niet ver. Zij zouden rusten en plukken; en weer rusten en andermaal plukken. En het zou heerlijk zijn onder den goudiggroenen schemer der beuken en dennen.

Juist iets voor Godelieve die zeker naar een kleine wandeling verlangde. En ook juist iets voor haar, Roswitha, die Godelieve wat van de mooie omgeving van den Valkenburcht wilde laten zien.

Godelieve was haar moeheid te boven.

Zoo kwam het Roswitha voor, die naar hartelust vertelde en opmerkte, hoe Godelieve luisterde en vroeg met al meer belangstelling.

Door al haar praten en vertellen heen straalde Roswitha's vreugde over Godelieves bijzijn en haar bewondering voor Godelieve — zoo warm en gul dat Godelieve zich dankbaar en gelukkig gevoelde.

— t Is voor het eerst dat er iemand zooals gij, van m ij n leeftijd en een jonkvrouw op den Valkenburcht komt," zeide Roswitha. „Al mijn kennissen en vrienden zijn mannen en

neven. Ik heb het gemis nooit gevoeld Vader en tante Gonda

zijn alles voor mij Moeder stierf vroeg."

— De mijne ook.Ik was veertien.Een jaar geleden stierf zij."

— Ik was twee jaar.... O, het moet heerlijk zijn zoolang zijn moeder te hebben.... Maar het gemis daarna nog te grooter."

Sluiten