Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— De prins is een vroolijke gast, levendig, als past bij zijn twintig jaren en nu hier, dan daar," antwoordde ridder Hohenberg. „De feesten bij zijn vaders onlangs gesloten huwelijk spelen hem nog door het hoofd.

Het is te hopen dat prins Hendrik de groote plannen van zijn vader deelen zal. En die zal voortzetten. De Keizer "

Roswitha schikte zich tot luisteren.

De Keizer leefde in haar jonge verbeelding als de ridderlijkste onder de ridders, de eerste onder de vorsten, ergens ver weg boven allen, maar toch bereikbaar en toegankelijk voor wie zijn hulp behoefden, een halfgod, in wiens mond wijsheid was; van wien vader Hubertus telkens als hij terugkwam na zijn jaarlijksch bezoek aan zijn klooster in Wurtemberg, verhalen meebracht die haar deden droomen en verlangen naar de wijde onbekende wereld buiten den Valkenburcht. Een schoone wereld waarin veel te doen viel.

Roswitha stelde zich die meestal voor op het oogenblik dat de boosheid voor goed gestraft en verslagen, en de deugd beloond werd.

Van den Keizer kwam het op zijn omgeving, op Mainz, waar de Rijksdag bijeengeroepen was.

— Ik ben nog nooit in een groote stad geweest," zei Roswitha met een zucht.

Zij zat tusschen haar beide neven.

Eberhard was zeventien en Carel zestien jaar.

De eerste had al pagesdienst gedaan bij den Landgraaf van Hessen, en zou nog dit jaar als schildknaap aan diens hof komen. Hij was een blond slank jonkman, goedig van aard, maar die zich wel wat veel liet voorstaan op zijn fijne manieren. Hij trachtte zijn nichtje te behandelen zooals hij het de jonge edellieden de dames aan het hof had zien doen, een poging die afstuitte op Roswitha's ronden toon en kameraadschappelijke houding.

Carel was nog niet van huis geweest, leek heel bedaard

Sluiten