Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Mooi," roemde ridder Dagobert.

Hij had het nog niet gezegd of Roswitha had haar schimmel al achteruit gebracht en deed wat haar neef had gedaan.

Carel volgde, wat langzamer en heel zeker.

— Hooger," gebood Eberhard en deed de dwarsliggende palen veel hooger stellen.

Hij had de leiding van het drietal genomen en reed vooruit eerst een paar maal in de rondte stapvoets, daarna in draf, eindelijk in galop....

— Er over!" zeide hij.

En gaf het voorbeeld en wipte er overheen sierlijk en vlug, in wijden boog.

Roswitha's paard was onwillig. Zóó hoog had het nooit gesprongen. Carel bleef achter en verklaarde ronduit dat zijn paard het niet kon.

Roswitha's trots was geprikkeld.

Tweemaal bracht zij haar paard voor de hindernis en tweemaal weigerde het.

— Doe het niet," vermaande Carel. „Als Freia zenuwachtig wordt, gaat het heelemaal niet."

Maar Roswitha wilde niet luisteren.

Ten derdenmaal was Eberhard er luchtig en zeker over heen gevlogen.

Ten derdenmaal had Freia geweigerd.

Met een harde uitdrukking op het gelaat liet zij zich door Hendrik de sporen aangespen en bracht haar paard achteruit.

— Vooruit!" klonk het scherp en — wreed, en zij drukte de sporen in Freia's trillende flanken.

Met een wilden spong schoot Freia vooruit, maar drong vóór de versperring op zij en wierp de rechterschraag om, zoodat^de palen over den grond rolden.

— Genoeg, Roswitha," beval ridder Dagobert boven uit het raam.

't Ligt niet aan je rijkunst of aan je wilskracht, Roswitha,

Sluiten