Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reizen met ridder Dagobert, kende hij de kleuren en figuren van bijna alle wapenschilden.

— Dat zal vader genoegen doen," merkte Roswitha aan tot Godelieve, „Graaf Bernsdorff en vader waren in hun jeugd samen aan het hof van den ouden Keizer."

Een uur later werd Roswitha bij haar vader geroepen.

Hij was in zijn kamer. Vóór hem op tafel lag een ontrolde perkamenten brief.

Tante Gonda zat tegenover hem.

Daar kwam iets gewichtigs. Roswitha was er zeker van.

— Prettig nieuws voor je", begon haar vader. „De Keizer zal dit najaar open hof houden te Trier. Ik ga daarheen en — jij met mij."

De Keizer! Trier! Een groote stad! Tournooi en feesten niet te tellen!

Roswitha zat neer, de ellebogen op tafel, het hoofd op beide handen, sprakeloos.

— Je wordt binnenkort zestien. Dit is een goede gelegenheid om aan Zijn Majesteit en vele van mijn vrienden voorgesteld te worden."

—Gaan tante Gonda en Godelieve mee ? " vroeg Roswitha snel.

— Neen. Maar je zult er onder goed geleide zijn. Graaf Bernsdorff schrijft dat hij en zijn vrouw er zullen zijn. Het is een oude afspraak tusschen ons dat hij mij zou waarschuwen wanneer zij naar 't hof zouden gaan en je den leeftijd zoudt hebben om er voorgesteld te worden. De gravin zal je moeders plaats vervullen. Zij is een heel lieve vrouw, bekend met alle gebruiken aan 't hof. Je zoudt geen beter geleide kunnen hebben."

— 't Is toch heel jammer dat tante Gonda niet meegaat. Het zou mij zoo'n gevoel van veiligheid geven als ik naast tante Gonda kon staan tusschen al die vreemde menschen in."

— Gravin Bernsdorff zal je veel veiliger gevoel geven dan ik," antwoordde tante Gonda met een vriendelijken blik. „Ik ben alles zoo lang ontwend."

Sluiten