Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en een reiskostuum en ik weet niet wat meer. Zóó kun-je toch niet gaan."

Roswitha lachte. Daaraan had zij nog niet gedacht!

Godelieve wel, en zij sprak zoo natuurlijk en met kennis daarover. Uit welk gedeelte van Duitschland kwam zij toch wel ? Waar had zij gewoond? Met wie verkeerd?

Tot nog toe had geen van haar verwanten van zich laten hooren. Niemand had zich om haar bekommerd. Hoe heette zij ?

Het was nooit bij Roswitha opgekomen dat Godelieve niet van haar stand zou zijn.

— Meisjes van onzen stand heeten niet kortaf Marretje of Lena, hebben toch een familienaam....

Godelieve wist hoe lief zij haar had, in alles wat haar betrof belangstelde; in alles het beste toewenschte.... En tóch....

— Waarom vertrouwt zij mij niet," dacht Roswitha weer.

Een oogenblik ging de bewondering onder in verdriet.

— Ik zal flink meehelpen aan je uitrusting," vervolgde Godelieve die haar eigen gedachtengang was gegaan.

Het kostte Roswitha moeite niet te laten merken wat er in haar omging.

Zij spraken nog een poos over de te maken toebereidselen voor de reis. Daarna hokte het gesprek en bleven zij zwijgend genieten van den mooien avond.

Aan den anderen kant van den muur stonden banken.

Daar lag de kaatsbaan, waar de burchtzaten in hun vrijen tijd speelden of bijeen kwamen.

Stemmen naderden van dien kant. Onder hen een vreemde stem: die van den bode. Hij had een langen weg afgelegd en zou vermoedelijk eerst den volgenden dag vertrekken.

Hij vertelde van zijn tocht, van zijn land, van het slot. Soms vroegen en spraken alle stemmen c joreen.

Het luidruchtig troepje zette zich. Allen hadden wat te vragen. Bezoek kwam niet dikwijls voor op den Valkenburcht, en men kreeg weinig van de buitenwereld te hooren.

Sluiten