Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kwam Godelieve maar bij,'voordat iemand iets bemerkte! Kon zij tante Gonda maar waarschuwen.

„Wolf" riep zij halfluid, hopend dat de trouwe den angst in haar stem zou hooren boven het geratel der luidere stemmen door.

Maar zij riep twee-, driemaal zonder gehoord te worden.

Wellicht was hij daar niet meer.

Zij klom op de leuning van de bank en keek over den muur.

— Is Wolf daar?" vroeg zij, want het duister belette haar te zien.

Een algemeen opstaan was het gevolg.

— Wolf kom even bij mij. Allee n."

Een paar minuten later kwam hij.

— Wat hebben we daar?" vroeg hij, en boog zich over de bewustelooze.

— Jonkvrouw Godelieve is niet wel. Ga tante Gonda roepen, Wolf, en zeg het verder aan niemand."

— Lang hier gezeten?"

Wolf keek haar uitvorschend aan.

— Ja.... neen Gauw, Wolf."

Hij ging met zwaren stap, met een halfluide verwensching.

Wolf wist! Wolf had begrepen!

Zijn zonderling gedrag bij het eerst zien van Godelieve kwam haar te binnen.

Toen had hij haar al herkend!

Eindelijk kwam Godelieve bij.

Tusschen tante Gonda en Roswitha in werd zij naar haar kamer en te bed gebracht.

O, die uitdrukking van stille wanhoop, van smart die zich niet mocht uiten op het jonge gelaat!

Jonkvrouw Gonda kuste haar, tranen 'in de oogen en fluisterde haar bemoedigende woorden toe.

Sluiten