Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij had gesidderd bij wat hem wachtte nadat hij den Keizerlijken heraut, die hem de bevelen des Keizers had overgebracht, had geantwoord: „zijn land hield hij van Keizer noch Koning, en van Keizer noch Koning zou hij bevelen aanvaarden.

Plotseling waren de kansen gekeerd. Tegen den Ebersteinburg waren beleedigden en beroofden onder Keizerlijke banier opgetrokken. Godelieve had het beleg doorgemaakt; al de ellende al de verschrikkingen. De worsteling van leven en dood in afzichtelijken vorm bijna onder haar oogen; het binnendragen van stervenden en gewonden. En ten laatste het opgaan in vlammen van den voorburcht en het krijschende binnenstormen der belegeraars. Neergeknield in den donkersten hoek van de bovenzaal, in gebed, de handen voor de oogen, had zij gewacht, en getracht niet te hooren en niet te zien het verschrikkelijke dat met elke minuut naderde. En zij had toch gehoord het gedruisch en gekletter der wapens, de kreten van aanvallers en teruggeslagenen, het geknetter der vlammen die oversloegen en lekten naar den hoofdburcht. De roode gloed had door haar handen geschenen, een gloed van bloedig vuur.

Haar vader had eensklaps naast haar gestaan, zonder helm, een wijde monnikspij over zijn harnas, de kap over 't hoofd.

Mee, Godelieve," had hij met heesche stem gefluisterd.

Geen oogenblik te verliezen," en hij had haar half opgebeurd, half meegetrokken naar een lage opening in den muur, die zij daar nooit had gezien; verder langs ontelbare trappen naar beneden in klamme duisternis, totdat zij door een even lage smalle deur als staks te midden van een wildernis tusschen hooge rotswanden hadden gestaan. Een noodgang slechts aan den burchtheer bekend. Daar had hij haar in de grauwe pij gewikkeld, die zij gedragen had bij haar komst op den Valkenburcht.

Dagen achtereen hadden zij gezworven, verscholen bij dag, uitgaande bij nacht, totdat Godelieve was neergezonken. Niet ver van den heirweg was dat geweest, in de verdroogde bedding van een beek onder neerhangend loof van struiken. En Godelieve Roswitha. 4

Sluiten