Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er zou te veel verloren gaan van de kostbare stof om het

passend te maken.

Godelieve zat bijna den geheelen dag voor het raam en borduurde, borduurde! haarband en gordelband, en handschoenen, en hield het toezicht over de werkende vrouwen en meisjes als jonkvrouw Gonda niet daarbij kon zijn.

En het weefgetouw snorde en klepte, en sierlijke garneersels en passementen, met goud- en zilverdraad doorvlochten, groeiden tot lange slierten aan.

Roswitha had in den beginne toegekeken en aangehoord alsof zij een princes in een tooversprookje was geworden.

Al dat moois voor haar die tot nog toe twee daagsche en één Zondagsche japon had gehad!

Het was haast niet te gelooven!

Gravin Bernsdorff had bij den brief van haar man aan ridder Dagobert een brief aan jonkvrouw Gonda gevoegd met een opsomming van toilet-benoodigdheden, een beschrijving van snit, kleur en vorm van wat thans aan het hof door edelvrouwen en jonkvrouwen werd gedragen en ook patronen ingesloten om jonkvrouw Gonda de uitrusting gemakkelijker te maken.

Daar was overlegd en gekozen geworden.

Roswitha had zich de maat moeten laten nemen.

Daarna was er gepast en verbeterd.

En weêr gepast.

Het sprookje had ook zijn schaduwzijden, vond Roswitha als zij lang rechtop en onbewegelijk had moeten staan, terwijl tante Gonda's en Godelieves vingers en nog die van eenige helpende naaisters aantrokken, of verwijdden, of plooiden.

De keus was gevallen op een onderkleed van zacht rose gebloemde zijde met een slepend overkleed in dezelfde kleur van effen zijde, van onderen afgezet met een band van iets donkerder tint en doorstikt met zilverdraad. Daarbij hooge schoenen van rose brokaat. Om het hoofd een haarband, breed weefsel van zilverdraad bezet met paarlen die Roswitha's

Sluiten