Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij was spoedig klaar met zijn maal. Godelieve kwam binnen en werd hem voorgesteld.

Toen naar de kapel....

Het was elk jaar dezelfde verrassing en dezelfde gulle blijdschap en dankbaarheid van zijn kant.

— Mooier en voller, nietwaar, lieve vader Hubertus? Godelieve heeft meegeholpen," zei Roswitha.

Hij knikte alleen met het hoofd.

— Ik ben blij weer terug te zijn," zeide hij nadat hij beiden nog eens bedankt had. „Men wordt ieder jaar een jaartje ouder en scheidt zich hoe langer hoe minder graag van de plaats die men lief heeft.

— Ik voel mij hier veel meer thuis dan in mijn klooster in mijn lief mooi Zwabenland...."

Hij schoof Roswitha en Godelieve zachtkens de kapel uit en sloot die achter haar.

— Ik heb behoefte in den gebede alleen te zijn," zeide hij.

Den volgenden ochtend werd Roswitha op het binnenplein geroepen.

Ridder Dagobert had Freia laten zadelen....

Met een vrouwenzadel!

Roswitha keek er naar met een langen weisprekenden zucht: zóó zou zij nooit kunnen rijden. Zij was aan Freia's goeden wil overgeleverd, meende zij.

— Ik heb het gevoel of ik op een schommelend bootje zit," verklaarde zij toen zij zich in den zadel had laten helpen.

Doch zij begreep dat het moest zijn. Daar ginds als een jongen te rijden, dat ging niet.

lederen dag zoo'n uur les op het binnenplein of zij een nieuwelinge in de rijkunst was. Haar vader haar leermeester.

Sluiten