Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tocht dienstgedaan en hun inhoud, gevoegd bij wat de waard

had kunnen geven.

Drie uren rust hadden alle sporen van vermoeidheid doen verdwijnen. Ridder Dagobert had gewild dat Roswitha frisch en opgewekt het doel van hun reis, het prachtige Trier, zou naderen en binnentrekken. Niet alleen wenschte hij voor haar zelf een blijvenden indruk daarvan, hij verlangde ook dat zij een duurzamen en gunstigen indruk zou maken op allen op die zij zou ontmoeten.

Dat kon wel niet anders, meende hij.

Hoog en recht in den zadel, met schitterende oogen en wangen, gekleurd zoowel door den rit als door alles wat weg en verschiet te zien gaven, was zij al jeugd en kracht, liefelijk te aanschouwen. Zij was nu vertrouwd met haar vrouwenzadel! Haar houding was zoo vrij en zeker en bevallig als ridder Dagobert dat maar wenschen kon.

Weinig ontging aan haar opmerkzaamheid. Wat al vragen

had zij gedaan!

Zij reden nu in gestrekten draf om vóór het sluiten der poorten wat om vijf uur plaats had — de keurbisschoppelijke

stad te bereiken. Ridder Dagobert had Roswitha juist een grooten grauwen bouwval aangewezen, een nog geweldig brokstuk van een eenmaal overweldigend geheel:

— De Porta Nigra, óók gebouwd door de Romeinen, en waarvan ik je straks al gesproken heb," toen Wolf zijn paard tot vlak achter hen aandrijvend, zich bescheiden maar dringend deed hooren:

— Bernsdorffer kleuren.... Graaf Bernsdorff zelf."

Het was goed en wel al dat moois op te merken en te bespreken, maar de goede nuttige werkelijkheid mocht daardoor niet uit het oog verloren worden, meende Wolf, die nu zijn paard weer inhield totdat zijn ruiters hem hadden ingehaald.

Graaf Bernsdorff!

De graaf naderde, een jonkman naast, en twee ruiters op

Sluiten