Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenigen afstand achter hem. In het al drukker gewoel en gedrang met het kijken naar zooveel dat links en rechts en naar alle kanten belangstelling wekte, had het kunnen gebeuren dat men elkaar voorbij was gereden.

Nog een blik op Roswitha, een blik op zijn volgers, in volmaakte orde onder Wolfs toezicht, en ridder Dagobert stuurde op zijn vriend af.

Dat gaf een vroolijke ontmoeting!

— Blij uw dochter te zien, en haar en u mijn neef en naamgenoot voor te stellen," zeide graaf Bernsdorff met een beweging van de hand naar den jongen ridder naast hem, terwijl hij beiden hartelijk de hand drukte, en Roswitha groette met een hoffelijkheid en een blik van zooveel bewondering, dat zij bloosde en de oogen neersloeg.

Daardoor ging voor haar de blik van zijn neef verloren. Niet voor Wolf. Zijn oogen moesten vergoeden wat zijn ooren misten.

Hij was tevreden over den indruk dien zijn jonkvrouw maakte!

Graaf Bernsdorff was eenige jaren ouder den haar vader, „meer een vaderlijke vriend dan een vriend,"zeide Roswitha bij zich-zelf.

De beide Heeren reden aan het hoofd van den stoet.

De jonge Ehrenfried Bernsdorff en zij vlak daarachter. Ridder Ehrenfried had andermaal voor Roswitha gebogen en zijn paard met een sierlijke wending naast het hare gebracht.

Lang vóórdat zij de stad bereikten, was het gesprek tusschen de jongelieden in vollen gang. Roswitha wilde graag van alles wat zij zag het waartoe en waarom weten en Ehrenfried bleef niet in gebreke te antwoorden.

In de stad was het nog drukker en voller dan daar buiten. De nauwe straten en stegen waren letterlijk versperd door plompe reiswagens en onhandig aandringende voerlieden.

Het duurde geruimen tijd voordat het den reizigers gelukte den „Zwarten Adelaar" te bereiken, waarvoor het wapenschild

Roswitha. 5

Sluiten