Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van graaf Bernsdorff uithing, ten teeken dat hij daar zijn verblijf had gekozen.

Ridder Dagobert zou er zijn dochter onder de hoede van de gravin laten. Voor hem en zijn ruiters had hij elders kwartier besproken.

Jonker Ehrenfried was uit den zadel vóór Ridder Dagobert, om Roswitha te helpen bij het afstijgen. Hij deed dat op een wijze die alwèer Wolfs goedkeuring verwierf. En toen zij, weinig gewend aan dergelijke lastige overtolligheden, een der geborduurde handschoenen het glippen, die haar meer had gehinderd dan gediend, en die haar op dat oogenblik geheel uit de gedachte was gegaan, en de jonker dien opraapte en met weisprekenden blik verzocht te mogen dragen als helmteeken bij het op handen tournooi, werd die goedkeuring nog sterker.

't Ging best!

— Maar ik moet hem terug hebben, jonker," zei zij haastig, wat verontrust bij het zien dat de jonge edelman hem tusschen zijn wambuis schoof. „Hij werd door een lieve vriendin geborduurd."

— Hij zou mij weinig passen," en hij spreidde den kleinen handschoen uit op zijn breede krachtige hand en keek haar aan met ondeugenden glimlach.

En toen lachten beiden.

— Ik hoop hem u op waardige wijze terug te brengen," zeide hij ernstig en bood haar de hand om haar binnen te leiden, de gelagkamer door, naar het vertrek waar gravin Bernsdorff ridder Dagobert en zijn dochter wachtte.

— Is dit uwe Roswitha?"

De gravin hield haar op armslengte terug.

— Zij gelijkt op hare moeder."

En daarna volgde een hartelijke, haast moederlijke, omhelzing, die Roswitha op warme wijze beantwoordde.

Ridder Dagobert bleef niet lang. Hij zag dat Roswitha zich al thuis gevoelde.

Sluiten