Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— De jonkvrouw van den Valkenburcht is eerst sedert gisteren avond en voor het eerst hier aan het hof," antwoordde gravin Bernsdorff voor Roswitha. „Het zou lief van je zijn, Hedwig, als je haar met eenige jonge meisjes in kennis bracht."

— Heel graag," zei Hedwig, die onderwijl met kennersoog Roswitha's kapsel en kleeding opnam.

— Ja, zeker voor het eerst aan het hof en in groot gezelschap," dacht zij. „Zij is zoo bruin als een ganzenhoedster. Maar zij behoeft geen aanmoediging en zal haar weg wel vinden."

— Jammer dat prins Hendrik niet met den Keizer is," vervolgde Hedwig hardop. „Dan zou de dans-avond een feestavond worden. Prins Hendrik, de hoffelijkste onder de hoffelijken

En hij danst! Om alle hoofden en voeten op hol te brengen!

Vader zegt dat de prins beter zou doen wat minder voor dans en feesten te gevoelen en meer bij zijn Keizerlijken vader in de leer te gaan. Hij toont daartoe weinig lust en blijft maar in Italië."

— Prins Hendrik's fouten of tekortkomingen zijn geen geschikt onderwerp van gesprek, Hedwig," viel gravin Bernsdorff in. „De prins is op reis en onderweg opgehouden."

— In Lombardije, en te gast bij vrienden die de hervormingen van den Keizer niet genegen zijn," mompelde de onverbeterlijke Hedwig. „Hoeook, het zou beter zijn voor ons, even goed als voor den Keizer en de Duitsche landen als hij hier was. Vader en zoon zijn niet op al te besten voet met elkaar," eindigde zij halfluid tot Roswitha.

Aan naar huis gaan viel in het eerste half uur nog niet te denken. De menschenmassa op straat was eer toegenomen.

Alles drong naar het plein voor het keurbisschoppelijk paleis.

De Keizer zou zich op de groote open gaanderij vóór de feestzaal vertoonen.

Hedwig keek uit naar haar vader.

Sluiten