Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toetten. De muzikanten hadden plaats genomen op de gaanderij ter halver hoogte van de feesthal aangebracht. Tafels en zitten waren verwijderd. Het dansen begon.

De Keizer en zijn gastheer, de keurbisschop van Trier, hadden zich in hunne vertrekken teruggetrokken. Vele der oudere Heeren hadden hun voorbeeld gevolgd.

Ridder Dagobert had gravin Bernsdorff naar de feesthal geleid en naast haar plaats genomen.

Langzaam drentelden de paren hen voorbij op de maat der slepende muziek, een soort van polonaise, waarbij monden en oogen het drukker hadden dan de voeten.

Ik zou u graag den ganschen dag mijn diensten aangeboden hebben; Trier heeft heel wat bezienswaardigs," zeide Ridder Ehrenfried, „maar ik werd altijddoor opgehouden."

Hij sloeg den rechterarm om haar heen en nam haar rechterhand in zijn linker, want de muziek was overgegaan in het snellere tempo van een ronddans.

Roswitha had haar sleep opgenomen zooals tante Gonda dat geleerd had.

— Mijn danskunst is niet groot," verontschuldigde zij zich nog eens.

Maar de muziek vulde aan wat aan kennis ontbrak. De rose-geschoeide voetjes tripten alsof zij nooit anders hadden gedaan, bevallig en vlug, in de rondte, vooruit, achteruit.... Ehrenfried's arm leidde haar en zij volgde.

— Heerlijk," knikte zij haar vader en de gravin toe, toen zij hen voorbij zweefden. „Heerlijk", verklaarde zij toen haar danser haar naar een bank tegen den muur geleidde om haar te laten uitrusten. „Ik had mij niet voorgesteld dat het zóó prettig zou zijn."

En zij dacht aan Godelieve thuis, eenzaam op den Valkenburcht en aan tante Gonda die dit alles zóó lang had gemist.

— U moest mij nog een dans geven," zeide haar geleider.

— Héél graag, want niemand zal mij zoo goed helpen als

Sluiten