Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De weerbarstige pen had veel last gegeven, had gerold tusschen haar vingers en gespetterd dat het een aard had in den beginne.

„Groet van Roswitha aan haar lieve G." stond in een zwarten regen van stippels. Gaandeweg was het beter gegaan.

„Dat ik veel te vertellen heb, begrijp je; dat ik je „altijd mis en overal bij wensch, eveneens, 't Is hier „heerlijk; zóó mooi; eerst wat vreemd, maar altijd mooi. „Graaf en gravin B. zijn heel lief voor mij en hun neef „ook. Vader brengt mij overal waar wat te zien valt. „Ook bij kennissen, die even als wij, het hof bezochten. „Natuurlijk ook bij den keurbisschop van Trier, die mij „zijn zegen gaf; geen gewone bisschop, maar een keurbisschop, een van de drie door wien de Keizers gekozen „worden, een groot en geweldig Heer, maar noch zoo „groot noch zoo geweldig als de Keizer, 'k Wilde dat je „dién zien kondt! Bij zijn binnenrijden in de stad, in de „troonzaal, op het steekspel... Altijd de eerste, de dapperste, de grootste; niet omdat hij een kroon draagt en „de Keizer is, maar omdat hij H ij is. Er lijken wel tien „menschen in hem te leven, 't Is of hij alles ziet en „omvat en het groote wil en zal volbrengen. Wie bij „hem komt, gevoelt dat Zijn wil gaat door alles heen „en maakt je eigen wil wakker en sterk voor het „Groote.

„Beschrijven zal ik hem niet, want als je hem „niet ziet, krijg je toch geen juisten indruk. Maar 't is „heerlijk om hem gezien en — gesproken te hebben. „Of beter: ik sprak, en vader trok mij wat verschrikt, „naar 't mij voorkwam, verder. Ik was niets bang voor „hem, alleen had ik groot ontzag. Hoe zou men bang „kunnen zijn voor iemand die alles begrijpt?

„Gravin B. zei dat het steekspel schitterend was; „ik vond het ook mooi, en vader volgde alles in span-

Sluiten