Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„en. gewenkt. De Keizer was te weten gekomen dat er „een oud moedertje sinds jaren te bed lag. Die kreeg „een mand met keurig eten thuis.

„Na den noen hield de Keizer rechtspraak. „Als een „Salomo," zei vader, die laat en vermoeid nog even aan„kwam, vóórdat hij zich ging verkleeden voor het grootste „en laatste banket. De Keizer zou den volgenden ochtend „vertrekken.

„We hadden bezoek gehad. Ik was juist naar mijne „kamer gegaan om mij voor het banket te verkleeden, „dat dien avond weer door een dans zou worden gevolgd; „maar toen ik vaders stem hoorde, liep ik haastig gravin „B.'s kamer weer binnen en op vader toe. Wat wild — „dat was zoo, en 't was een wonder dat de sleep van „mijn lange witte japon — want die had ik aan niet „haakte aan deurpost of drempel.

„Ik wilde maar even vader zien en van hem hooren „hoe alles geweest was, toen ik bemerkte dat vader niet „alleen was gekomen. Vader praatte met gravin Berns„dorff en achter haar, de kamer dieper in, was de graaf „in druk gesprek met een ridder die met vader meegekomen was.

— „Graaf Heribald van Auersperg," zei de graaf.

„Ik boog zoo mooi als ik kon, om mijn haastig „binnenkomen goed te maken.

„Van den Keizer hoor ik niet alle dag, lieve vader, „en de Keizer deed mij alles vergeten," verontschuldigde „ik mij. Zij keken mij toch wat verwonderd aan. En: „wij zijn niet op den Valkenburcht, Roswitha," zei vader, „met een blik op — mijn haar!

„Ik had vergeten dat ik mijn haarband had afge„worpen en mijn haar in een wilden warboel om mij „heen hing. Een tweede buiging en ik was in de gang. „Zooiets kan mij alleen overkomen!

Sluiten