Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— ,,'t was werkelijk heerlijk zooals hij danste en mij vlug „en zeker door al de draaienden en zwenkenden voerde.

— „Hebt u weer gezegd uw dansen niet paarsgewijs „te willen uitdeelen?" vroeg hij. „Dit is de laatste avond. „Mij dunkt, één dans kondt u mij nog geven."

— „Heel graag maar — dan later."

„Ik begon te leeren.

„Ridder Nikolaas kwam op mij af. Hij geleidde „Hedwig aan de hand. Zij zag er opgewekt en mooi uit „in haar blauw met zilver doorstikt kleed; zoo blank als „een hageroos; het zwarte haar in vlechten opgenomen en „terweerszij geschikt in een net van zilverdraad. — Zoo „moet ik jou ook eens kappen als ik terug ben! -— Ik „was blij voor haar dat zij een gelei-jonker naar haar „zin had en knikte haar toe, wat zij, geloof ik, heel „grappig vond. Ridder Nikolaas boog heel hoffelijk en „ging voorbij. Ik zette mij op een der kleine zitten bij

„een pijler. Nu zou ik dan eens toezien Maar op

,,'t zelfde oogenblik kwam ridder Ruprecht en wij dansten. „In de zaal naast de groote hal stond graaf Auersperg. „Ik zag hem toen wij voorbij kwamen. Hij danste niet. „Ik geloof eigenlijk dat mij dat genoegen deed. Zou de „Keizer ook wel veel gedanst hebben?

„Eindelijk kwam graaf Auersperg.

„Hij schoof twee zitten aan in de buurt van de „gravin. Zoo zaten wij een poos en keken dan elkaar „aan en dan de dansenden na. Of hij verwachtte dat „ik vragen zou omtrent den Keizer? Eerst het andere, „dacht ik.

„Ik begon er toen maar dadelijk over. — De bedoeling was mij duidelijk," antwoordde hij. „Maar een plaats als hier, waar zooveel personen van „verschillenden aard en verschillende belangen voor een „poos te zamen komen, eischt een anderen toon en

Sluiten