Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Waar is Godelieve?" vroeg zij na de eerste omhelzing.

— Kom mee naar boven," antwoordde tante Gonda en ging met haar en haar vader de trap op.

— Toch niet ziek?"

Roswitha wachtte het antwoord niet af. Zij liep de gang in, naar Godelieves kamer.

Zij was daar niet.

De kamer zag er vreemd uit.

Kil, en leeg.... Onbewoond!

— Godelieve!" riep zij onwillekeurig.

En op eens voelde zij zich koud worden.

Geen kleederen aan den muur. Geen zakdoek, geen rozenkrans, nergens iets van Godelieve.

Jonkvrouw Gonda kwam uit haar kamer.

— Weg," kreet Roswitha, „weg! — Maar zij komt terug! Wij zullen haar niet laten weghalen!"

— Godelieve is gegaan uit vrijen wil."

— Uit vrijen wil! Hoe kondt u haar laten gaan!"

— Ik heb haar tegengehouden, heb met haar gesproken, alles laten gelden wat mogelijk was. Maar men mag niemand afhouden van zijn p 1 i c h t."

— Is zij bij haar vader?"

— Neen.'

— En tóch gegaan Uit vrijen wil Zij was zoo

gelukkig hier!"

— Er is iets wat meer'is dan geluk: vrede," zeide jonkvrouw Gonda. „Zoodra Godelieve had ingezien dat zij niet kon blijven, mocht ik haar niet terughouden."

— En waar is zij nu?"

— Bij de Benediktijner nonnen aan den Rijn. Het was vader Hubertus' raad. Hij en ik, wij brachten haar daar en bevalen haar warm aan in de hoede der abdis."

— En mijn brief?"

— Zal zij nu hebben. Ik liet hem in handen der abdis.

Sluiten