Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tooiing van een kostbaar altaarkleed toevertrouwd. Als de naald ging en de oogen de ingewikkelde figuren op het voorbeeld volgden en die steek voor steek overbrachten, weken de kwellende gedachten voor een poos.

Zij was nu drie weken in het klooster.

Eergisteren had de eerwaarde Moeder haar Roswitha s brief gegeven. Hoe dikwijls zij dien had overgelezen, zou zij niet

kunnen zeggen.

Ook nu haalde zij hem te voorschijn. Het volle bruisende van Roswitha kwam over haar, haar blik, haar lach, al haar spontaan voelen en zich geven.

— Goed dat ik den brief niet vóór mijn heengaan en vóór ridder Dagobert's komst heb gelezen," dacht zij met bevende lippen. „Mijn strijd zou te moeilijker zijn geweest."

En dan met een zucht:

„Laat ik dankbaar zijn dat ik dit vele heerlijke heb mogen kennen."

Het klokje der kapel klepte.

Godelieve rolde haar werk te zamen en volgde den roep.

Een leekezuster kwam haar in de gang tegen.

De eerwaarde Moeder liet haar roepen.

— Niet naar de kapel, mijne dochter, maar naar de spreekkamer. Iemand wacht u daar," zeide de abdis, en zij nam Godelieves hand bij het zien van haar onwillekeurige beweging van schrik. „Een bezoek dat u genoegen zal doen. Moge de heilige Benedictus uw woorden en gedachten leiden. Gij zult er ongestoord zijn," vervolgde zij terwijl zij de deur opende en achter Godelieve sloot.

Daar stond — Roswitha!

Alles was vergeten in de vreugde van het wederzien.

— Ik kon niet langer wachten! Ben ik te vroeg

gekomen?" vroeg Roswitha.

Bijna met ontzetting zag zij Godelieves kleed.

Sluiten