Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Iets dat ik uit Trier voor je meebracht, Godelieve.

Ach, je zult hem nu toch niet dragen, mijn mooien blauwen

met rood ge voerden mantel!"

— Later later wellicht " antwoordde Godelieve op

een toon die Roswitha de armen om haar heen deed slaan met den uitroep: „er kunnen nog goede en gelukkige dagen komen, Godelieve."

Het was nog juist licht genoeg om een kijkje te nemen in Godelieve's cel en den binnenhof met de daaromheen loopende open gaanderijen. Roswitha wilde zooveel mogelijk alles zien.

— Dan kan ik mij je hier beter voorstellen," zeide zij.

Den volgenden morgen was de stemming minder opgewekt.

Het uur van vertrek naderde en zij hadden elkaar nog zooveel te zeggen! Vader Hubertus, en Wolf, en Hendrik, die den nacht in de meierij van het klooster hadden doorgebracht, hadden hun viervoeters al voor de kloosterpoort geleid en wachtten kort na het ontbijt. Roswitha knielde neer om den zegen der eerwaarde Moeder te ontvangen en haar te danken voor de vriendelijke ontvangst en alles wat zij voor Godelieve had gedaan. Een lange, lange omhelzing met Godelieve en zij besteeg Freia.

—• Gij zult ons altijd welkom zijn, mijne dochter. Mijn groet aan uw Heer-vader en jonkvrouw-tante," zeide de abdis.

Roswitha boog het hoofd ten dank en ten groet. Het was haar niet mogelijk iets te zeggen. De abdis had den arm geslagen om Godelieve die bleek en stil den kleinen stoet nakeek.

— Denk aan je belofte. Verbind-je niet," had zij Godelieve wel willen toeroepen.

Het kleed der nieuwelingen kwam haar weer voor als een profetie van de toekomst.

— Behoud haar voor mij en een groot zonnig geluk," bad zij in stilte. „O, niet achter kloostermuren! Er is zooveel heerlijks in de wereld."

Sluiten