Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De stem van den jongen bode des Keizers klonk niet minder

warm en krachtig.

Het zal mij niet gemakkelijk vallen binnen zoo korten

tijd een schildknaap te vinden," begon ridder Dagobert na een poos. „De Valkenburcht ligt afgezonderd. Ik leef als een patriarch op mijne goederen na mijn laatsten krijgstocht. Vier jaren geleden trok mijn schildknaap de wereld in om zich zijn

sporen te verdienen."

— Als uw Edelheid mij de keus voor een schildknaap wil toevertrouwen.... Vele van onze jonkers zullen het zich een eer rekenen te dienen onder ridder Dagobert van den Valkenburcht. Uw naam wordt genoemd en geroemd waar gesproken wordt van den schitterenden kruistocht van 1228!"

— Die tijden waren schooner dan de tegenwoordige! O, het eind van dien tocht, het vrede-verbond met Sultan Alkamil. Twee edelgezinde en rijk begaafde vijanden die tot vrienden werden!"

— En het Heilige Graf weer in het bezit der Christenvorsten. Ik neem uw hulp voor een schildknaap dankbaar aan,

graaf," zeide Ridder Dagobert na een poos.

— Een schildknaap waardig om onder u te dienen, zal uw Edelheid opwachten bij hare komst in het Keizerlijk kamp,

verzekerde Auersperg.

Ridder Dagobert stootte eenige dennenblokken die ter zij op de haardplaat gevallen waren met de lange ijzeren vuurstaaf in den gloed terug en wierp nieuwe brandstof op. De schilknaap was ingedommeld.

Graaf Auersperg leunde zwijgend in zijn zetel, genietend

van de warmte.

— Zij hebben beiden een langen tocht achter dan rug," dacht de burchtheer met een blik op zijn jonge gasten.

Hij steunde het hoofd op de hand en tuurde vóór zich. De oproeping van den Keizer had hij verwacht bij den loop der laatste gebeurtenissen. Niet dat die zoo snel komen,

Sluiten