Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

graaf Auersperg en zijn schildknaap uit tot het avondmaal.

De laatste aan tafel was vader Hubertus. Hij had gehoord met welk doel de onverwachte gasten gekomen waren. Hij was een man des vredes. Dat was hem niet naar den zin.

Er werd weinig gesproken in den beginne.

De jonge schildknaap, die naast Roswitha aanzat, meende dat het zijn plicht was haar te onderhouden en te vertellen wat zij door haar laat thuiskomen van zijn neefs berichten had gemist, en begon een halfluid gesprek met haar.

Graaf Eberstein en velen van zijn aanhang hadden zich in Wurtemberg tusschen Urach en Nurtingen genesteld. Hij had daar de laatste maanden verblijf gehouden, onbekend en veilig voor vervolging op den beruchten Falkenstein, een onneembaar slot op een der hoogste toppen van het Scharzwald. Lang was alle spoor van den graaf verloren geweest. Men had hem gezien

komende van een klooster Nagejaagd, was hij ontkomen.

Men had den grooten zwarten hengst dien hij altijd bereed, gevonden, verpletterd in een afgrond, en gemeend dat zijn berijder een gelijk lot moest zijn overkomen, vooral toen de herfst voorbij ging zonder dat hij zich door eenige gewelddadige onderneming had laten hoor en. Later hadden er geruchten geloopen dat hij zwaar gekneusd en gewond door eenige getrouwen op den Falkenstein was binnengebracht; geruchten die meer en meer bevestigd waren. De doodgewaande, al was hij gebonden aan kamer en bed, had zijn plannen niet opgegeven. Hij bleef het hoofd der misnoegden. In Hessen en Palz en Rijnlanden was het roerig geworden. Men vreesde een stouten aanval op burchten en steden die den Keizer aanhingen.

De Keizer had de vlakte om Frankfort aangewezen als verzamelplaats voor zijne troepen. Daar zou men kampeeren en gunstige weersgesteldheid afwachten om den vijand te gemoet te trekken. Men was nu in de laatste helft van November. Geen tijd te over voor de groote toebereidselen. Men moest den vijand vóór zijn....

Sluiten