Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIX.

Nog dienzelfden dag vingen de toebereidselen aan voor de uitrusting van ridder Dagobert en zijn volgers, en het in staat van verweer stellen van den Valkenburcht.

Men moest op veel bedacht zijn.Waar de strijd zou woeden, was niet te voorzien. In streken die rustig heetten, kon hij uitbreken.

De Valkenburcht lag afgelegen, sterk door ligging en bouw. Wellicht dat juist die afgezonderde ligging hem tot een begeerlijk bezit voor de in verzet gekomenen zou maken en hij een aanval zou hebben af te slaan.

Gontram, Wolfs oudste, was al vroeg uitgezonden naar de tot den Valkenburcht behoorende dorpen, om daar den meiers aan te zeggen den volgenden ochtend op het kerkplein alle weerbare mannen boven de zeventien en beneden de zestig jaar bijeen te roepen. Ridder Dagobert zou komen en hen monsteren.

En even vroeg had ridder Dagobert de ronde op den burcht begonnen.

Ditmaal niet alleen begeleid door Roswitha maar ook door zijn schoonzuster, die in zijn afwezigheid het bevel zou voeren, bijgestaan door Wolf.

Wolf, die alweer niet mee mocht! maar die eenigszins getroost zou achterblijven als hoofd der wacht, daar Herman, het tegenwoordig hoofd, zou meetrekken als Heer Dagoberts wapendrager.

Het was een lange en nauwkeurige ronde.

De Valkenburcht was in goeden staat, maar er bleven toch altijd plaatsen waarin versterking gewenscht was, en die nu onderzocht en tot onmiddellijke verbetering aangewezen werden. Alle ongebruikte ruimten in torens, stallen, schuren en kelders, bestemd tot het onderbrengen van vee, mondvoorraad en

Sluiten