Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat heeft vader ons lang laten wachten! Wat is er,

tante Gonda?"

Jonkvrouw Gonda had bij den haard in de bovenzaal plaats

genomen en bekeek het opschrift bij den schijn der vlammen. Haar hand gleed in haar schoot terug.

Wat is er, tante Gonda—" vroeg Roswitha nog eens,

beangst, en boog zich over den brief.

De bode had zich niet vergist: de brief was niet van ridder Dagobert, maar aan hem gericht!

Niet van vader!" zei Roswitha met heesche stem.

Wolf kwam de zaal binnen.

— [De bode komt uit het keizerlijk kamp," meldde hij. „Hij heeft dag en nacht doorgereden en is gezonden door graaf Auersperg. Nog een bode volgt. Hij en zijn paard zijn doodaf. Meer is er niet uit den man te krijgen."

Wolf staarde op den brief in jonkvrouw Gonda's hand.

— Uwe Edelheid verstaat de kunst van lezen. De brief zal

ons verder brengen."

Jonkvrouw Gonda verbrak werktuigelijk het zegel.

De brief was door graaf Auersperg geschreven: een dringende uitnoodiging aan ridder Dagobert om zich zoo spoedig mogelijk met de door hem uitgeruste ruiters in het keizerlijke

kamp aan te melden.

Wolf was dichterbij gekomen en keek in den brief of hij lezen en nog meer uit de zwarte letters halen kon.

Geschreven op heiligen Theodosius' dag," voltooide

Roswitha.

Zes dagen geleden had de bode dus het kamp verlaten en was haar vader daar nog niet aangekomen.

Wolf!" kreet zij. „Wolf!" opkijkende tot den ouden

getrouwe, alsof hij het raadsel kon oplossen.

Maar Wolf stond als een standbeeld.

Hij tuurde de verte in van eigen gedachten.

— Zeg Magda de kamer naast vader Hubertus voor den

Sluiten