Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Volg mij," gebood zij en wendde zich om.

Wolf volgde ook.

Poort en valbrug waren verzorgd. Nog een krachtige vermaning om goed wacht te houden....

— Ik laat haar geen minuut alleen met dien d&ar, half mensch, half aap," dacht hij.

Roswitha bracht den bode in de bovenzaal, waar tante Gonda in spanning wachtte.

— Jonkvrouw Hohenberg, in vaders afwezigheid hoofd van den Valkenburcht," zeide zij.

— Keizerlijk hofnar, en met voorkennis en goedkeuring van den Keizer als bode gezonden door graaf Heribald Auersperg aan ridder Dagobert van den Valkenburcht", stelde de nieuw aangekomene zich voor.

Hij boog met een waardigheid die zijn mismaakte gestalte iets" eerwaardigs verleende, haalde een brief uit zijn wambuis en reikte dien jonkvrouw Gonda over, met een:

— Wil lezen bij gebreke van ridder Dagobert."

Zijn stem begaf hem. De snelle loop na den zeker langen rit, de vele trappen op achter de vlugvoetige Roswitha hadden zijn krachten uitgeput. Met moeite hield hij zich staande. Hoorbaar kwam en ging zijn adem.

Op een wenk van jonkvrouw Gonda schoof Wolf een zetel bij, waarop hij zich hijgend liet neerzakken.

Een kroes wijn werd hem toegereikt.

Roswitha had zich achter haar tante's stoel geplaatst, de armen op de hooge rugleuning. In de stilte die volgde, hoorde zij het bonzen van haar hart.

Brief en zegel waren gelijk aan den eersten. Ook de inhoud. Alleen het slot luidde anders:

— Geschreven en verzonden op Sanct Julianus' dag en toevertrouwd aan onzen bode Jodocus Johanniszoon, hofnar van onzen genadigen Heere den Keizer, uit vreeze dat den eersten bode een ongeval op weg mocht overkomen

Sluiten