Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik heb den Keizer willen schrijven. Hem alles uitleggen.

Maar het ging niet Ik kan niet alle booze bedenkselen

tegen vader vooraf weten en weerleggen. En zelfs als mij dat

gelukte, wat zou dat geven Een gesproken woord is meer.

Dat leeft. Dat pakt.... Alleen zag ik er tegenop. Met u"

Zij was hem zoo dankbaar. Nu niet meer alleen met de boden naar den Keizer!

Vader Hubertus was op een stoel neergevallen, overbluft, verwezen.

— Mijn woord leeft ook," begon hij. „En meester Jodocus, de nar, zal ook niet zwijgen."

Maar ondanks al haar dankbaarheid werd er iets wakker in Roswitha, dat zich ook bij jonkvrouw Gonda had doen gelden bij de gedachte aan vader Hubertus tegenover den Keizer. Dat benam haar den adem.

Vader Hubertus had nu adem te over. Zijn tegenwerpingen stroomden.

Haar jeugd, de kou, jonkvrouw Gonda, 't gevaar van een tocht door vijandige streken, de ongemakken van den tocht, de ophanden oorlog

— Ik gevoel dat ik gaan moet," herhaalde Roswitha.

Het bleef een poos stil.

Dat zij het gevoelde, leed geen twijfel; dat zij het wilde en eiken strijd achter zich had, en dat zij het doen zou, evenmin.

— Zoo ga met God, mijne dochter," antwoordde hij plechtig en legde de hand op haar hoofd. „De plicht die het naastbij ligt, is altijd de beste, en wordt door God ingegeven."

Daarna werd beraadslaagd over de wijze van den Valkenburcht te verlaten zonder tegenstand en zonder vertraging voor de boden.

Noch jonkvrouw Gonda,noch Wolf mochten iets vermoeden. Hun vertrek moest een feit zijn, voordat men daarop was bedacht.

Het was laat toen de samenzweerders scheidden.

Sluiten