Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de deur. Kamers noch stal waren bezet na het vertrek van den Keizer en zijn kamp. Zij konden kiezen.

Roswitha wilde liefst dadelijk naar boven en te bed, maar de nar en vader Hubertus verzetten zich daartegen.

— Na zoo'n langen tocht slaapt het slecht met leege maag," beweerde de eerste.

Roswitha schikte zich. Een geurige erwtensoep dampte op den vuurhaard en welhaast op tafel.

— Wat een bleek jong," zei de goedhartige waardin en schepte haar een schaal vol. Een snede bruin brood daarnaast. Koert was al aangevallen en de overigen volgden.

Tusschen in sloop Jodocus naar boven en liet zich de kamers aanwijzen. Die voor Roswitha bestemd, werd aan een grondig onderzoek onderworpen. Het getralied raam lag hoog en keek uit op straat, het bed zag er uitlokkend uit met zijn zwellend donzen overdek, zoo dik haast als het bed daaronder; de deur sloot goed.

Roswitha bleef niet lang beneden. Op haar kamer gekomen haastte zij zich te ontkleeden, een weldaad de laatste dagen gemist, en zich in het bed op de knieën te werpen.

Zij kon niet meer. Zij hield haar rozenkrans tusschen de vingers en poogde haar gebeden te stamelen. Maar de rozenkrans ontglipte, haar hoofd zonk zwaar op het kussen.

— Morgen verder, morgen verder, en nu krachten herwinnen voor den nieuwen tocht om helder van hoofd te blijven," zooals Jodocus had gezegd. Onder voorwendsel dat de paarden rust behoefden en hij den ochtend noodig had voor het verkrijgen van inlichtingen, had hij haar bewogen lang uit te slapen.

Lang uitslapen, terwijl haar vader wachtte!

Zij had het niet mogelijk geacht. Maar de slaap was sterk over de zestienjarige. . ...

Zij. wist niet of zij kort of lang geslapen had. Een torenklok

Sluiten