Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Een betrouwbaar bericht omtrent den ridder van den Valkenburcht zou zeker van invloed zijn," vervolgde Jodocus, „maar wat gauw. Men houdt van snel recht aan den vooravond van groote gebeurtenissen als nu op til zijn. God ten groet. Ik verlaat aanstonds de stad en heb gezegd."

Snel recht was een veelbeduidend woord in die dagen en Jodocus had het met opzet gebruikt.

Goverts mondhoeken trilden even. Dat was de tweede maal dat Heer Dagoberts naam werd genoemd.

— Wie bekommert zich nog om den verrader," viel hij uit.

— Degenen die weten dat hij geen verrader is."

— Een opgeschoten knaap, en een dwerg, een nar....

— Hofnar van den Keizer," riep Jodocus met gezag en klopte op de met ijzer beslagen deur tenteeken dat hij wenschte uitgelaten te worden.

— Geleid mij naar den Keizer en ik zal spreken," riep Govert.

— Je kunt allereerst aan mij zeggen wat je weet. Daarna zal ik oordeelen of je bericht een reis naar den Keizer waard is," antwoordde Jodocus. „De Keizer is ver van hier"

— Ver van hier, en het valt gemakkelijk te spelen met zijn naam! Zoo dom niet."

Govert zonk in zijn vroegere onverschilligheid terug.

Jodocus klopte andermaal en stond een oogwenk later op de gang. Hij begreep dat hij niets meer van Govert te hooren krijgen en verder aandringen tijdverspilling zijn zou.

Daarenboven wilde hij nog de overheid spreken en er op wijzen van hoe groot belang bewaring en bewaking van den gevangene waren voor een zaak, waarin de Keizer belang stelde. Wat Govert zou getuigen moest opgeteekend en per bode naar den Keizer opgezonden worden.

Jodocus had zich kap en kraag met de bellen omgehangen en zijn narrenscepter in de hand, toen hij voor den magistraat werd toegelaten. Hij was welbekend in Frankfort en zijn:

Sluiten