Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij wilde de deur uitgaan, toen een kloppen tegen den wand hem weer deed stil staan.

Het geluid kwam van de kamer daarnaast.

— Er wordt geroepen," zei Roswitha.

— Iemand die hulp behoeft," meende de geestelijke.

Hij liep de gang in en trad op goed geluk de donkere kamer daarnaast binnen.

— Vader Hubertus," riep een zwakke stem.

Roswitha stond een oogenblik later naast vader Hubertus. Zij had den lantaarn meegenomen en lichtte bij.

In de bedstede lag een man met verbonden hoofd.

— Vader Hubertus," herhaalde die.

De stem kwam haar bekend voor

— Herman!" riep zij.

Herman, die als wapendrager met haar vader was meegegaan!

Een oogenblik golfde de grond onder haar voeten en moest zij zich aan vader Hubertus vasthouden. Angst om haar vader, niet uit te spreken, schokte door haar heen bij het zien van den gewonde.

Zij boog zich over hem en poogde te vragen, bevreesd voor het antwoord.

— Mijn vader," bracht zij uit.

— Ongedeerd, voor zoover ik weet Waar is jonkvrouw

Roswitha? Ik hoor haar stem."

Vader Hubertus plaatste een houten zit naast het bed en deed Roswitha neerzitten. Haastig verliet hij het vertrek en kwam met Jodocus terug. Die moest mee hooren wat Herman zou vertellen.

— Vertel van vader," drong Roswitha.

De korte stilte die volgde leek lang.

Tusschen Bacharach en Asmannshausen was het geweest. Ridder Ragobert wist dat de streek onveilig was en wilde die door den omweg vermijden.

Juist op dien omweg waren zij overvallen.

12 R

Sluiten