Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den weg, een vooruitspringende rotswand is genoeg om een klank te weerkaatsen en ver te dragen.

— Toen ze den weg naar hun roofnest insloegen, hoorde ik de stem van uw Heer-vader. De aanval kwam mij van den beginne af voor als een plan tot oplichting."

Roswitha en Jodocus keken elkaar aan.

Ridder Dagobert mocht het kamp niet bereiken!

En zijn wegblijven den schijn dragen van een breuk van trouw.

Zeven lange eindelooze weken had haar vader doorgebracht, gevangen en met het folterend bewustzijn tot wat zijn wegblijven aanleiding kon geven!

Aan den voet der steilte liep een beek, vertelde Herman verder. Hij had dien gevolgd en geruimen tijd doorwaad om zijn spoor verloren te doen gaan. Dagen lang had hij zich schuil gehouden, zonder voedsel, met zijn kneuzingen en brandende wonden; had zich voortgesleept bij nacht in de hoop te ontkomen en hulp voor zijn meester te halen. Die hem zochten waren hem dikwijls na geweest. Hij had begrepen dat niemand mocht ontsnappen en het gebeurde ruchtbaar maken.

Uitgeput was hij ten laatste neergestort; bijna stervende was hij gevonden door een jager die hem voedsel had gebracht en verbonden, maar die hem niet had durven meevoeren naar zijn woning uit vreeze voor de ridders op den Reichenstein.

Hoe hij eindelijk uit de bergen en naar Frankfort was gekomen kon hij niet uitleggen. Zwak en zonder geld, bedelend van dorp tot dorp, van stad tot stad, bang om hulp of voorspraak in te roepen, niet wetend wie vriend of vijand was.

En het kamp opgebroken bij zijn aankomst.

— Wij zijn op weg naar den Keizer en zullen doen wat je niet mogelijk is geweest," zeide Roswitha, een streeling in haar stem om den verslagene te troosten.

— Verdaag uw reis niet Ga spoedig."

Sluiten