Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Herman wrong de vermagerde handen en woelde onrustig met het hoofd op de kussens.

Het verband om zijn hoofd sprong los.

Roswitha waschte de wond en verbond die, schudde zijn kussens op en verschikte de dekens.

— Wat luiden die sterk en recht van leden zijn kunnen doen!" zeide Jodocus met een blik op vader Hubertus, die den zieke had opgenomen en weer in bed legde met even veel gemak of de lange Herman een kind was.

Den volgenden ochtend vroeg verlieten zij de herberg na een woord van bemoediging aan Herman.

Roswitha liet den waard een goudgulden achter en de belofte dat hem ruim zou vergoed worden wat hij aan Herman ten koste .zou leggen.

Door den vochtigen donzen morgennevel reden zij, paarden en muildieren haastig dravend, verten en bergflanken schuil, alleen het dichtbije zichtbaar in vreemd aandoende duidelijkheid; niets dan de voet der bergen en der bosschen, een enkele zwaardere boom ver en alleen vóór zijn aaneen gesloten kameraden, den naakten stam vast en zwart, zijn kruin in den nevel, hoog op als een reus die tracht uit te staren boven het belemmerende melkige wit.

— De nevel valt. Dat geeft een goeden dag," merkte Jodocus aan.

Hij poogde Roswitha af te leiden, haar aandacht bezig te houden.

Roswitha zag bleek nu, en haar lippen beefden bijwijlen.

Zes uur later werd er ingekeerd in een herberg voor middagmaal en korte rust. Daarna weer in gestrekten draf verder.

De zon stond nog boven de bergen, toen Jodocus zijn muildier inhield en voor zich uitwees.

— De beide Wimpffen," zei hij met een trilling in zijn stem.

Vóór Wimpffen in het dal en Wimpffen op den berg de

Sluiten