Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Dat was ook geen vrouwen- maar m a n n e nwerk," mompelde vader Hubertus en trad meewarig op haar toe.

— Wil de jonkvrouw naar gindsche tent geleiden, eerwaarde vader," verzocht graaf Auersperg en voerde hem Roswitha met een hoffelijke buiging tegemoet. „Ik ga den mij opgedragen keizerlijken last volbrengen en zorgen dat voor haar nachtverblijf worde gereed gemaakt."

Hij had met opzet luid gesproken.

Ehrenfried stond, waar hij hem straks had gezien. Snel ging hij hem voorbij.

Een jonge schildknaap kwam aangeloopen, keek rond, onzeker, en ging daarna op Roswitha en den geestelijke af.

— Jonkvrouw-nicht Roswitha!" riep hij. „Ik hoorde

eerst nu dat gij hier waart. En in deze vermomming! God ten groet, uw eerwaarde".

Ehrenfried meende dat nu ook z ij n tijd, z ij n beurt van spreken gekomen was, en wilde naderen.

— Morgen, Eberhard," hoorde hij haar met matte stem zeggen. Zij trok de pij dichter om zich heen en vertraagde haar stap niet.

Eberhard boog met al de gratie van zijn zeventien jaren en trad ter zij.

Ehrenfried keerde om en ging met loome schreden verder.

Roswitha.

13

Sluiten