Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVI.

Haar vaders bevrijding!

Naar Frankfort. Twee honderd ruiters, Jodocus' hulp

Zijn schrandere hulp, zijn menschenkennis, zijn doorzicht

Nu merkte vader Hubertus toch wel dat haar tranen vreugdetranen, tranen van dankbaarheid waren geweest.

Hij moest haar telkens aankijken terwijl zij naast hem voortging en zijn vragen kort en snel beantwoordde.

In graaf Auerspergs tent zat zij neer op de eerste zitplaats de beste, de oogen verloren in niet af te staren verte, in zwijgende dankbaarheid, heel stil, of een droom van geluk voor haar open lag, waaraan zij zich niet kon verzadigen.

In de tent werd geruimd en geschikt met zoo weinig mogelijk drukte. Graaf Auerspergs bevelen werden stipt en snel uitgevoerd.

Een lamp werd ontstoken, een smakelijk maal opgedragen onder toezicht van een van 's Keizers hofmeesters, Roswitha merkte het niet.

Vader Hubertus wel.

Na den langen rit en het spannend wachten voor de keizerlijke tent, sprak zijn maag. Aan Roswitha moest voedsel ook nuttig en welkom zijn. Hij geleidde haar naar de tafel en zij liet zich geleiden, en nam van wat hij haar toeschoof, werktuigelijk.

Zij waren alleen. De laatste der dienaars had het zware gordijn van zeildoek voor den uitgang neergelaten.

Nu werd het even bescheiden verschoven....

Jodocus stak het hoofd naar binnen en kwam op Roswitha's

glimlach nader.

— Goed nieuws, jonkvrouw! Het beste dat we konden verwachten. En dat ik verwachtte, Keizer en bode kennende. Met

Sluiten