Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVII.

Graaf Auerspergs dienst had hem nog dienzelfden avond bij den Keizer geroepen en hij had hem Roswitha's verzoek overgebracht.

— Een verzoek zooals wij dat van haar konden verwachten bij haar sterk bewustzijn van wat zij wil en doen moet," had de Keizer geantwoord.

Alles toewijding en eenvoud en waardigheid.

Rijk en ridderschap hebben behoefte aan zulke vrouwen. Gelukkig de man die haar winnen zal."

Zijn blik bleef rusten op Heribald die bleek en in spanning vóór hem stond.

— Zou den Keizer ontgaan wat haar verzoek inhoudt ? Zal hij zijn toestemming geven?" vroeg Heribald zich af.

— Wij hebben een schuld te delgen en een plicht te vervullen tegenover haar vader dien wij in gedachten te kort hebben gedaan," vervolgde de Keizer. „Gij zult morgen de jonkvrouw tot Eberbach begeleiden. Neem zooveel ruiters met u als u goed dunkt en laat haar die verder ten geleide. Meld u bij ons aan

zoodra gij terug zult zijn Ik geef u een eervolle en aangename

taak Wat—niét tevreden? Honderd ridders voor één die u

uw plaats zullen benijden! De vijand is nog ver genoeg

om vóór den slag terug te zijn Wat schort er aan?"

— Het gevaar dat haar, dat de jonkvrouw dreigt op zulk een tocht," stamelde Heribald.

De Keizer zweeg een poos.

— Als wij haar goed leerden kennen en beoordeelen, zal zij haar voornemen niet opgeven. Het kloeke trouwe hart spreekt te luid. Naast onzen schranderen meester Jodocus en haar biechtvader, met de twee honderd ruiters en het geleide van morgen zal zij goed bewaakt zijn."

Sluiten