Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVIII.

Den volgenden ochtend vroeg golfde heel het kamp op in groote beweging.

Uitgezonden verkenners waren terug en berichtten dat de voorhoede van den vijand Bietigheim naderde.

Een samentreffen kon over een paar dagen verwacht worden.

De Keizer had wapenschouw gehouden en was daarna uitgereden aan het hoofd van een schitterenden stoet, een schaar uitgelezen in krijgerskunst en krijgerskracht, om plan van aanval en verdediging vast te stellen.

De grond had gedreund onder de hoeven der zwaargeharnaste strijdrossen.

Roswitha was er niet wakker door geworden.

Volmaakte rust achter den zwaren zeildoekoverhang, waarvoor vader Hubertus had post gevat na een langen verkwikkenden slaap en een haastig ontbijt.

Zijn biechtkind moest onder al die onbekende gezichten een bekend gezicht zien als zij haar tent verliet!

Graaf Auersperg was al weg geweest bij zijn komst.

— Bij de wapenschouw," zooals de wapenknecht uitlegde die voor Roswitha's tent de wacht had gehad.

Nu die was afgeloopen, werd het met elke minuut nóg levendiger in de groote tentenstad. Vendels voetvolk keerden met dreunenden stap van de gepantserde voeten; ruiters leidden hun paarden naar de stallingen terug; karren en wagens met mondkost rolden aan en werden ontladen: één geloop, gestamp, gegons van stemmen, gekletter van wapens, geklank van klaroen of luide stem van bevel.

De middag was nabij en nog sliep Roswitha.

Ridder Ehrenfried was voorbijgekomen en had gevraagd of

Sluiten