Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Het is haar behoud. Als gij haar gezien hadt zooals ik, zoo wit als een doode"

En met dat voor oogen holde hij terug, de tent open achter hem.

— Graaf Auerspergs schildknaap gesproken. Hij zal het den ridder overbrengen. De bode zal gaan," verzekerde vader Hubertus.

De naam van Auersperg werkte bedarend. Maar weinig oogenblikken later kwam de onrust terug.

Zii greep zijn hand.

— Dadelijk?

— Dadelijk," herhaalde hij.

— Een vertrouwde b ode ?"

De onrust werd pijnigende angst.

Hij zag het haar aan dat zij hem niet geloofde, maar meeging met de op haar aanstormende eigen folterende gedachten.

Zij hijgde naar adem, zocht naar woorden, die zij uitstootte zonder samenhang en die overgingen in een onverstaanbaar gemompel.

Met groote verschrikte oogen keek zij rond.

Radeloos zag de geestelijke toe.

Hij sprak troostende woorden, bette haar slapen, riep alle Heiligen des hemels ter hulp.

— Hadden wij maar nooit den Valkenburcht verlaten!" zuchtte hij.

Gestamp en gebriesch van paarden vóór de tent, gedempt praten deden hem omkijken.

Hij bemerkte eerst nu dat het door graaf Auersperg aangewezen geleide zich daar had opgesteld.

Waar was graaf Auersperg, die zou meegaan en zeker niet ver was geweest, toen hij zijn schildknaap Roswitha's toestand had meegedeeld, de jonge edelman op wien hij was gaan vertrouwen en op wiens hulp hij was gaan rekenen? Hij had den vorigen avond ondanks zijn gebeden genoeg begrepen van diens

Sluiten