Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Tent open. Liefst geen woord. Niets wat de zieke hinderen kan. Ik kom straks terug om haar zelf de medicijn toe te dienen."

En op vader Hubertus' vraag:

— Gevaar? Met zoo'n koorts!...."

Hij groette en ging met statigen tred.

— Meester Antonius verspilt tijd noch woorden. Daarvoor acht hij zijn kunst en zijn kennis te hoog. Tot straks. Ik kom u

aflossen. Ik heb helaas! ervaring in het verplegen Mijn arme

vriend! Van zooveel zijden geslagen! Laat de tent gerust

open. Niemand waagt zich bij den ingang. De maatregelen zullen

daartegen genomen worden Ontbreekt het u aan iets, zoo

zeg het."

Graaf Bernsdorff boog zich over Roswitha, luisterde naar haar ademhaling en drukte vader Hubertus tot afscheid de hand.

Nog dienzelfden avond trok een kleine stoet langzaam door het kamp, twee dragers met een met linnen huif overdekte draagbaar, aan de eene zijde daarvan een geestelijke zuster in het statig en streng zwart en wit der Benediktijner-nonnen, aan de andere zijde vader Hubertus; de lijfarts van den Keizer naast hem. Graaf Bernsdorff en Auersperg te paard voorop; jonker Meerwalden en vier ruiters als achterhoede.

Het keizerlijk woord had wonderen van vlugheid, vaardigheid en bereidwilligheid mogelijk gemaakt: het beschikbaar stellen en in orde brengen van een ruime kamer bij gegoede poorters te Wimpffen op den berg, en het uitzenden van een liefdezuster uit het naburig klooster.

Waar de stoet voorbijkwam, werd het stil, al kwamen velen toegeloopen.

Roswitha's ziekte was spoedig bekend en wekte algemeene belangstelling en deelneming.

Sluiten