Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een school, en vervangen door zuster Clara, die moeite had de orde te handhaven. Dat was den kinderen geen geheim meer na den eersten dag van haar regeering.

Beter kon dat een jongere zuster die al onder zuster Agnes had geholpen, en die de kinderen op het eerste gezicht hadden lief gekregen, en wie zij dat ook dadelijk hadden verteld: zuster Godelieve.

Zuster Godelieve week nu ook niet, zooals zuster Clara, half ontzet naar den ver sten hoek van het vertrek met een blik van afkeuring; die bleef rustig staan, al werd zij omringd en bestormd. Haar vriendelijke groeten even vriendelijk maar beslist: „Nuis't genoeg, kinderen. Ieder op zijn plaats. De stilsten zijn mij de liefsten," maakte indruk.

Bij dien prikkel wierpen zij zich op hun plaatsen met nog luider geraas, maar de stilte werd daarna een feit.

Zoo nu en dan woei nog een vlaag van wind onder de buisjes en jurkjes, doch de geschiedenis van Jozef en zijn broeders, door Godelieve half verteld, en half voorgelezen, boeide gauw.

Jozef in den put. Jozef verkocht. Zijn bebloede rok aan zijn vader vertoond.... Jozef in een vreemd land, heelemaal alleen....

De kinderen volgden in spanning.

En dan Jozef toch niet bevreesd of niet bang onder al die vreemde menschen!

Jozefs in gunst komen bij den Pharao-Keizer werd met goedkeurend gemompel begroet, wat sterker werd toen zijn broeders vóór hem werden gebracht.

Aan het slot bij het weerzien van Jozef en zijn vader, en het rijk beschenken van dezen en zijn andere zonen, kwamen alle armen en beenen in beweging om klem bij te zetten aan hun goedkeuring en geestdrift.

't Was mooi geweest.

Dat was ander werk dan het borduren van altaarkleed

Sluiten