Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£6n mooi pak," ging Harm voort, zonder zich aan den sarrenden uitroep te storen. „En als ik groot ben, reis ik naar hem toe, al was hij nog zoo ver met den Keizer, en word ook bode,

en ook wapenknecht."

— En een groot heer," voegde hij er in gedachten bij. Zuster Clara duwde hem neer op de bank en ordende zijn

biezen. Godelieve was opgestaan en had zijn buurman ander werk en een andere plaats gegeven.

Nu was zij bij Harm en klopte den aanstaanden bode-wereldburger op den schouder.

— Om te reizen heb je geld noodig. Begin allereerst met iets te leeren waardoor je dat verdienen kunt, Harm.

Harm viel neer van de hoogte zijner fantaisieën op de schoolbank en nam werktuigelijk uit Godeüeves hand het hem

toebeschikte werk.

— 't Is alles heusch waar van mijn oom," verzekerde hij nog eens, maar nu alleen tot haar en op heel anderen toon. „Hij komt bijna ieder jaar en heeft beloofd mij later mee te nemen."

Godelieve knikte hem toe. En, daar zij zag dat de knaap brandde van verlangen om meer te vertellen, bleef zij een oogen-

blik naast hem.

— Met wien is je oom gegaan? Onder wien behoort hij?

— Onder de ruiters van ridder van Herrenstein.... Maar nü behoort hij aan den Keizer!" en zijn trots kwam weer op. „Wij zullen hem wel gauw zien, want er valt wat te vertellen, zegt vader. Er is gevochten. Hu, een groote slag! En dan moet oom opzitten en gewoonlijk naar Trier en Keulen. En dan komt hij hier voorbij en zien wij hem, en weet vader nog eerder wat gebeurd is dan de keurbisschop van Trier."

Een huivering was Godelieve door de leden gegaan bij dat argelooze: „een groote slag."

Van haar vader had zij in de laatste tijden niets meer gehoord. Maar zij kende hem en begreep dat hij rustte noch

Sluiten