Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vader Hubertus' handelwijze was zoo opvallend onrustig geweest! Waarom had hij haar vragen belet? Had hij iets te verbergen ? Of was het alleen omdat hij vreesde haar opeens met te veel bijzonderheden te vermoeien?

Hij was zoo onhandig bij al zijn goedheid!

Die onhandigheid hield haar ook bezig. Zij wilde zoo gauw mogelijk naar haar vader. Zou de reis niet moeilijker zijn en langer duren alleen met hem? Hij miste Jodocus' doorzicht en vastheid. Zij wilde haar oom of graaf Bernsdorff om een vertrouwd geleide vragen.

Wat waren zij goed en trouw voor haar vader geweest! Zij had behoefte om hen te danken.

Zij lag nog een poos te luisteren naar de geluiden op straat.

Alles kwam als nieuw tot haar na haar lang niet hooren. Die geluiden herinnerden haar aan die op straat te Trier, na het vertrek van den Keizer, toen het er stiller geworden was.... Trier en al zijn herinneringen!....

Was dat regen wat tegen de ramen tikkelde ?.... Zooals dien middag daar toen zij moesten wachten tot de bui over was om naar het banket te rijden? En toen graaf Bernsdorff zoo mooi had gesproken, of beter, hij, graaf Auersperg. Zij meende zijn stem nóg te hooren....

Was dat niet z ij n stem in de gang.... die vroeg

naar haar?

Die stem was als een liefkoozing.

Zij drukte het gloeiend gezichtje in de kussens, en bleef zóó stil liggen, dat zuster Benedicta meende dat zij was ingeslapen.

Sluiten