Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de eerste oogenblikken met weemoed op. Maar was niet al dat andere rijke in haar rijker en treffender geworden?

— Ik ben zoo blij u te zien! O, niemand heeft geloofd aan

vaders ontrouw, niet waar! Daarvoor staat hij te hoog Ik

ben kinderachtig geweest in mijn angst. Met zulke vrienden," ... en zij nam zijn hand en drukte die. „Ik ben zoo blij u te kunnen danken voor wat u gedaan hebt."

— Ik hoop meer te doen."

— Meer!?"

— Keizer en rijk hebben mijn diensten voorloopig niet meer noodig.

Ik zoek, zooals in mijn jongen tijd, Jonk vrouwendiensten. .. Neemt gij mij aan, jonkvrouw Roswitha?"

Mee!! — voor vaders bevrijding!!"

Hij schrikte bij het zien van haar ontroering.

— Blijdschap schaadt niet", zeide zij, even een tinteling van vroegere schalkschheid in de oogen.

Zij vertelde hem van haar bekommering om alleen met vader Hubertus te gaan. En hoe alles nu goed en gemakkeüjk zou worden.

Toen kwam zij met de groote vraag: wanneer zij zouden afreizen. Liefst zoo gauw mogelijk.

— Wij zullen daarvoor beiden ons best doen. Ik, om alles voor ons vertrek in orde te brengen, en gij — door u in de eerstvolgende dagen zeer rustig te houden."

— Daar gaan wel twee dagen mee heen."

Het klonk heel vast en beslist.

— Ik heb v ij f dagen noodig."

Dat klonk niet minder vast en beslist, al werd het glimlachend gezegd.

— Morgenmiddag, bij gunstig weer kom ik u met Freia afhalen voor een wandelrit. Een half uur in vrije lucht, morgen en overmorgen, zal een goede voorbereiding zijn voor langere tochten."

Sluiten