Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Roswitha boog het hoofd — niet overwonnen.

— Ik moet niet enkel de belangen van mijn vriend behartigen, ook die van zijn dochter. Beider belangen zijn één. Ik wil niet ontkennen dat mijn zwaard en ik een hartig woord mee zullen spreken daarginds, maar, zooals vader Hubertus u al zeide: alles is uitstekend op gang; en Auersperg vertrekt morgenochtend vroeg met twee honderd knechten om daar nog meer vaart bij te zetten.

Op den Reichenstein weet men dat gunstige voorwaarden afhangen van snelle overgave en den goeden staat waarin hun gevangene wordt uitgeleverd."

Bij Auerspergs naam was Roswitha niet meer een bleeke, maar een blozende Roswitha geweest.

Hij staarde het venster uit totdat zij zich herteld zou hebben.

Was zij voor Friedel verloren? Zijn arme Friedel!

Zijn langgekoesterd lievelingsplan voor die twee!....

— Vader verlangt naar mij zooals ik naar hem," begon Roswitha, een zoo groot verlangen in haar stem, dat het den ouden edelman pijn deed bij zijn besluit om harentwil te moeten blijven. „Ik zal eerst beter worden als ik op weg ben naar hem."

Daarna vroeg zij naar de gravin en naar haar oom.

— De eerste is wel, en laat u vriendelijk groeten. De laatste komt, zoodra hij kan. Niet iedereen is zoo vrij als ik in zijn bewegingen."

En na dit zeer diplomatisch antwoord stond hij op, kuste haar voorhoofd en hand met de hem eigen gulle en ridderlijke hoffelijkheid en verliet het vertrek onder betoovering van haar hem volgenden blik.

Goddank! Zij was te vervuld geweest van haar vader om naar iets anders te vragen. Dat er slag was geleverd, was nog niet tot haar doorgedrongen.

Sluiten