Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Dit is graaf Bernsdorff, vaders beste en oudste vriend,. Godelieve."

Haar woorden klonken als een lied van triomf.

Tot graaf Bernsdorff zeide ze: „Gij zult de dochter in uw hoede nemen, al misdeed de vader."

Tot Godelieve: „Wees nu eens bezorgd als je weet dat het lot van je vader in zulke handen is!"

Herman was niet meer te Eberbach. Vóór twee dagen afgereisd met graaf Auersperg.

Een rustig uur kon dit uur van rust wel niet genoemd worden. Roswitha had veel te doen: zij ging mee in Godelieves leed, zij beurde haar op, sprak haar moed in, had zooveel te vertellen. Toch scheen haar die drukte meer goed te doen dan de „volstrekte rust" van den vorigen dag.

Lang na het verder rijden was zij nog bij Godelieve.

Zij merkte het niet hoe stil en afgetrokken graaf Bernsdorff naast haar reed.

Haar voorstelling van Godelieve: als de dochter van z ij n gevangene, van den man die maar zoolang zijn gevangene zou zijn totdat de Keizer dezen opeischte en ter verantwoording daagde, deed hem denken aan wat den schuldige dan wachtte: terechtstelling. Voor een vergrijp als het zijne geen andere uitkomst. Hij zag het lijden dat voor Godelieve komen moest„ en van haar tot Roswitha.

Tenzij de natuur een einde maakte aan Ebersteins leven zijn toestand maakte dat waarschijnlijk.

Na Frankfort ging de reis al sneller en sneller. Roswitha was nooit moe, of beter voelde geen vermoeienis.

Haar! spanning nam toe naarmate men meer het einddoel naderde. Zij sprak zeldzamer, verwerkende de vragen die zich

16R

Sluiten