Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opeischen. Een nieuwe naam, en een nieuwe toevoer van manschappen!"

— En de sluipgang?"

— Daarop trekt Auersperg morgen vroeg weer uit. Heeft weinig te beduiden. Tot nog toe heeft Auersperg den enkele die ging of terugkeerde, niet bemoeilijkt. Wat die voor tijding meebrengt, kan alleen onze opeisching steunen."

—• En toch wordt aan het vinden van den uitgang zooveel gehecht dat daarnaar dagelijks wordt gezocht...."

— Dat zijn belegeringspraktijken. De manschappen moeten wakker worden gehouden. Niet elke dag brengt een uitval der belegerden of een bestorming der belegeraars."

— Jonkvrouw Roswitha vreest dat men haar vader door den sluipgang buiten bereik zal brengen," merkte Jodocus bescheiden aan.

— Hun beste troef zouden ze niet gebruiken! Zoo iets van lieden die getoond hebben dat zij tot het uiterste hun kansen berekenen en benutten!

Hij kuste Roswitha op het voorhoofd en wenschte haar goeden nacht.

— De uitkomst is niet twijfelachtig, Roswitha."

Dat waren zijn laatste woorden.

Van alle kanten bemoediging en toch binnen in haar de angst die niet wilde zwijgen.

Koert kwam vader Hubertus roepen.

Jodocus was weggegaan. Het was Jodocus die naar hem vroeg.

Roswitha ving het woord „gewonden" op.

Zij hield vader Hubertus terug.

— Een oogenblik," fluisterde zij met een wenk naar graaf Bernsdorffs vertrek.

Zij nam uit haar reisbundel het pak dat reeds bij het verbinden van Herman dienst had gedaan, trok den kaper over het hoofd en slipte onder den voorhang nog voor den geestelijke naar buiten.

Sluiten