Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Wat ik hier heb zal te pas komen, en mijn hulp ook, al ben ik niet zoo handig als tante Gonda," zeide zij, toen zij buiten het gehoor van graaf Bernsdorff waren.

De drang om te helpen gaf haar heur veerkracht terug.

Vader Hubertus' tegenwerpingen baatten niet. Ook niet zijn verklaring dat zijn hulp en die van Jodocus voldoende zouden zijn.

— Wij zullen zien," zei Roswitha en stapte stevig door over den doorweekten grond.

Vooraan, in de stalgrot was Jodocus bezig. Een paar wapenknechts hielden fakkels bij.

Op wat in haast neergeworpen stroo en groen: gewonden. Juist werd er een verbondene weggedragen, toen Jodocus opkeek en naast vader Hubertus Roswitha zag. Bleek, of er een bezwijming zou volgen nu tot haar kwam wat haar wachtte-

De korte aarzeling was spoedig onderdrukt.

Zij trad op Jodocus toe, ontrolde haar pak en bond zich een groot linnen schort voor. Het ging alles zoo natuurlijk en — beslist.

— Ik heb bij mij wat voor verbinden noodig is," zeide zij met zachte nog wat onvaste stem. „Met wien zal ik beginnen?"

Sluiten