Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdedigen als men hem te lijf wilde. De zware zetel voor het vuur was het eenige dat dienst kon doen om zijn aanvallers van hem af te houden. Maar de worsteling zou niet lang duren, en zeker niet in zijn voordeel eindigen.

Na al wat hij dien dag had doorgemaakt, waren zijn zenuwen overspannen en geprikkeld.

Hij pookte het vuur op, deed de vlammen hoog opflikkeren, trok den zetel zoo dat hij de deur in het gezicht had, en zette zich.

De minuten die volgden waren uren.

Eindelijk schreden.

Twee.... drie personen kwamen naar boven.

Een vreemde stem {Dezelfde dien middag in de poortgang gehoord?

En het antwoord van een der ridders op den burcht:

— Vergun dat ik u aanmelde bij ridder Dagobert van den Valkenburcht."

Een oogenblik van wilde vreugd!

Gold het bezoek van dien middag hem! Een bode uit het kamp!

Was zijn verblijf ontdekt? Zijn verlossing nabij!

De deur werd opengestooten en zijn gewone bezoekers traden binnen met een hem onbekend ridder.

— Ridder Assenrode," werd hem voorgesteld.

De naam was hem bekend. Uit het Odenwald.

Ridder Dagobert beantwoordde den groet van den jongen edelman en staarde hem in spanning aan.

Zoo ontging hem wat daar anders was bij zijne begeleiders: zij droegen het vizier opgeslagen. Dat open vizier gaf evenwel weinig meer van hun trekken te zien dan neus en oogen. Haar en baard waren zoo geschikt en naar voren getrokken dat zij het overige bedekten. Een ruime lange ruitermantel was over

Sluiten