Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik wilde de gelegenheid niet laten voorbijgaan om den ridder van den Valkenburcht mijn hulde te betuigen, en hem te zeggen dat ik mij gelukkig acht hem te hebben ontmoet op mijn tocht."

De jonge edelman stond vóór hem, iets in zijn houding of hij wachtte op een hand die hem zou worden toegestoken.

— Een goed gevolg op uw tocht kan ik u niet toewenschen, ridder," zeide Heer Dagobert hoog. „De poort van Reinfels zal voor den afgezant van graaf Eberstein gesloten blijken."

Verrast en gekrenkt trad de toegesprokene terug. Blijkbaar was de ontvangst anders dan hij zich had voorgesteld.

Het was hem aan te zien dat hij de fiere en forsche toespraak gaarne even fier en forsch zou hebben beantwoord, als niet eerbied voor roem en leeftijd van ridder Dagobert hem dat had belet.

Zijn begeleiders schenen er op voorbereid om het tot geen verdere oplossing tusschen hem en hun gevangene te laten komen.

Met een geheele afwijking van hun anders zoo hoofsche vormen stelden zij zich tusschen die beiden, vielen luid en tegelijkertijd in met het voorwendsel dat bij het late uur, de korte nachtrust en de weinig aanmoedigende ontvangst geen langer blijven wenschelijk was, en drongen Assenrode naar de opengebleven deur.

Nog een blik op ridder Dagobert en op het voornaam ingerichte, helder door vuur en kaarsen verlichte vertrek, en de jonge gast ging met zijne begeleiders.

Alles was afgespeeld in weinig minuten.

Ridder Dagobert was midden in het vertrek blijven staan..

Niet de open deur, dit bezoek was de valstrik hem gespannen! De jonge Assenrode was onbewust in de handen van zijn vijanden het werktuig geweest om hun plannen te dienen. Waardoor of door wien deze voor den tocht naar Reinfels gewonnen en in den waan gebracht was dat hij waarheid sprak, bleef een raadsel.

Sluiten