Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervolgde zijn bezoeker. „De beide legers zullen weldra op elkaar stooten in de vlakte vóór Wimpffen en het lot van den Keizer vermoedelijk beslist worden."

Ridder Dagoberts arm op de leuning van zijn stoel trilde even en zijn lippen sloten zich vaster.

— Ik ben zeker, dat deze berichten u belangrijk zullen voorkomen."

De bezoeker stond op en ging langzaam naar de deur.

Toen hij weg was, richtte ridder Dagobert zich op als een veer bevrijd van te zwaren druk.

— Alleen het onloochenbare wil ik gelooven en tot zoo lang het gewenschte hopen," zeide hij bij zich-zelf.

Maar zijn hoofd brandde en zijn adem vloog.

Hij trad op het raam toe en trok het wat naar binnen, zóó weinig, dat het van buiten af niet opgemerkt kon worden, en zonder zich in de diepe vensternis naar voren te buigen. Iets in den opgevangen blik van den dien ochtend Assenrode begeleidenden ridder had hem gewaarschuwd voorzichtig te zijn met uitkijken. Er konden dagen volgen waarin hem dat belet zou worden!

De storm had uitgewoed, de regen opgehouden. De lucht was luw en stil.

Door die stilte een vaag gerucht, onbestemd dat aangroeide .... Iets dat hem deed luisteren, zijn voorzichtigheid van zoo even vergeten en het venster openrukken.

Een ongewone drukte op het binnenplein.

Zijn bezoeker van zooeven stak dat haastig over. De ander volgde. Beiden in de richting van den hoofdtoren, waarvan het plompe vierkant hoog oprees boven de andere gebouwen.

Geloop van wapenknechten. Meer beweging in het slot. Ook daarbuiten ?

Hij bracht de hand aan het hoofd dat suisde van ingespannen luisteren. Gonsde het daarbuiten ook niet van stemmen ? Was het verbeelding?

Roswitha. . 18

Sluiten