Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 oen de laatsten daaruit keerden en de toortsen tegen de muren doofden, was de morgenschemering nabij.

Het viertal was zeker uit op verkenning, en zou waarschijnlijk eerst bij vallenden avond terugkeeren.

Niet tot het vallen van den avond behoefde hij te wachten.

In den namiddag reeds bespeurde hij beweging naar den kant van de sluippoort. De hoorn had getoet. Met aangestoken fakkels ging men daarheen.

Hij waagde het even uit te kijken nu aller oog daarheen gericht was en zag de fakkeldragers weer de gang ingaan.

Het wachten viel hem lang....

Daar waren ze terug!

Hij miste het scherpe korte bevel tot afstijgen van den aanvoerder, het gaan der volgers met de paarden naar de stallen.

Bleven ze in de donkere gang ?

Was er maar één terug?

Hij stond op en trok het venster op een kier.

Wellicht verstond hij iets van het gemompel dat van dien kant opsteeg.

Daar waren er meer in en vóór de gang dan zooeven.

Hij hoorde de stem van den op den burcht gebleven ridder boven alle andere uit:

— Een draagbaar!"

Een gewonde dus die binnen werd gebracht.

Hij kon verder alleen raden wat volgde.

De mannen die met zoo haastigen stap naderden, moesten zijn degenen die de draagbaar aanbrachten.

Nu werd de gewonde van het paard getild en daarop neergelegd.

Was hij vriend of vijand?

Eensklaps kreeg hij een inval.

Hij schoof zijn zwaren zetel voor het raam.

Sluiten